Leeswijzer
In deze paragraaf volgt eerst een uiteenzetting over het beleid en geven we een toelichting op de nieuwe werkwijze. Vervolgens lichten we toe wat de wijzigingen in de huidige planning en de voorgestelde nieuwe investeringen betekenen voor de afschrijvings- en rentelasten (kapitaallasten). Daarna geven we inzicht in het huidige investeringsplan en de wijzigingen daarin. We sluiten af met de voorgestelde nieuwe investeringen. In de bijlage bij deze paragraaf is een nadere toelichting op het huidige investeringsplan opgenomen.
Beleid
Investeringen worden gedaan om de stad te veranderen, te verbeteren en te vernieuwen. We maken onderscheid tussen specifieke investeringen, bulkinvesteringen en investeringen met eigen dekking. Bulkinvesteringen zijn jaarlijks terugkerende kredieten waarvoor elk jaar uitvoeringsplannen worden vastgesteld. Het betreft verschillende kleinere investeringen, zoals investeringen in gemeentelijke accommodaties, bedrijfsinvesteringen en woonomgevingsverbeteringen. Investeringen met eigen dekking krijgen dekking uit een reserve of worden gedekt door jaarlijkse opbrengsten, zoals de rioolheffing. Specifieke investeringen hebben geen eigen dekking. Bij deze categorie investeringen gaat het om eenmalige, veelal grotere investeringen in het kader van een specifiek programmadoel en die meestal in een tijdsbestek van meerdere jaren worden gerealiseerd.
Binnen planexploitaties worden ook andere investeringen gedaan, bedoeld om het gebied te ontsluiten en bewoonbaar te maken. Na afronding van de planexploitatie heeft de gemeente dan de beschikking over investeringen die betaald zijn binnen de planexploitatie. Dergelijke investeringen worden meegenomen en financieel gedekt in de plannen in het MPG en zijn dus niet meegenomen in het investeringsplan.
Nieuwe werkwijze
Sinds begin 2024 is geprobeerd de investeringsplanning terug te brengen naar een meer realistisch niveau. Dat heeft ertoe geleid dat de planning steeds verder is aangescherpt. Om meer grip te krijgen op onze investeringsplanning is meer nodig. Daarom is in de collegevergadering van 17 maart 2026 een nieuwe werkwijze met bijbehorende spelregels vastgesteld (zie collegebesluit Notitie Meer grip op investeringen). We vatten deze werkwijze als volgt samen.
- Bij de specifieke investeringen maken we onderscheid tussen investeringen in potlood (de voorgenomen investeringen), in voorbereiding en in uitvoering.
- Jaarlijks moet bij de Stadsbegroting (of later, bij Voortgangsmonitor of separaat raadsvoorstel) expliciet worden aangegeven welke specifieke investeringen in voorbereiding (inclusief het benodigde voorbereidingskrediet) en in uitvoering genomen gaan worden.
- We belasten de begroting alleen voor de kapitaallasten van investeringen die in uitvoering zijn of worden genomen. Dat betekent dat er in meerjarig perspectief ook dekking moet zijn voor de kapitaallasten van de investeringen die in voorbereiding zijn genomen.
- Bij de Stadsbegroting geeft het college aan de raad een update van de investeringen in potlood. De Stadsbegroting is het moment dat het college voorstelt welke nieuwe investeringen kunnen worden toegevoegd en welke investeringen kunnen worden afgevoerd. Voor de onderbouwing van investeringsclaims zijn specifieke criteria opgenomen.
- Kredieten komen beschikbaar als ze de status voorbereiding of uitvoering hebben gekregen.
- Voor het vrijgeven van kredieten voor voorbereiding of uitvoering is een collegevoorstel (bestedingsvoorstel, voorheen verbijzondering) nodig (tenzij bij de Stadsbegroting is bepaald dat de raad over de besteding van het krediet een besluit neemt).
- In het bestedingsvoorstel voor een investeringskrediet in de fase uitvoering moet worden ingegaan op het benodigde krediet, dekking van kapitaallasten, projectplan, beschikbare capaciteit, tijdlijn en realisatierisico’s. Het voorstel moet duidelijkheid geven over realisatie van de investering en de oplevering.
- In de voortgangsmonitoren en Stadsrekening wordt alleen gerapporteerd over specifieke investeringen die in voorbereiding of uitvoering zijn.
Het onderscheid tussen specifieke investeringen, investeringen met eigen dekking en bulkinvesteringen blijft. Voor de nieuwe werkwijze richten we onze aandacht op de specifieke investeringen. De werkwijze voor bulkinvesteringen en investeringen met eigen dekking verandert niet.
Effect investeringen op de kapitaallasten
Direct na het gereedkomen van de investering komen de afschrijvings- en rentelasten (kapitaallasten) jaarlijks ten laste van de begroting. Uitgangspunt van ons investeringsbeleid is dat het niveau van onze kapitaallasten stabiel blijft; dat is het 'budget kapitaallasten'. Het deel dat van dat budget niet nodig - het verschil tussen budget en benodigde kapitaallasten - kan dan als dekking worden ingezet voor nieuwe investeringen. Als de ruimte ontoereikend is voor nieuwe investeringen, stellen we voor hoe de ruimte kan worden vergroot.
We hebben een doorberekening gemaakt van de benodigde kapitaallasten. Daarbij is rekening gehouden met alle gerealiseerde investeringen, de nog niet afgeronde investeringen uit het bestaande investeringsplan en de nieuwe investeringen. Voor de specifieke investeringen maken we daarbij onderscheid tussen de kapitaallasten voor potloodinvesteringen, investeringen in voorbereiding en investeringen in uitvoering. In meerjarig perspectief moeten in ieder geval de kapitaallasten van de investeringen in uitvoering en voorbereiding gedekt zijn. Dit geeft het volgende beeld:
Bedragen x € 1 miljoen | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | 2032 | 2033 | 2034 | 2035 | 2036 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Budget kapitaallasten (*) | 43,5 | 45,8 | 53,3 | 55,6 | 55,9 | 56,2 | 56,5 | 56,8 | 57,1 | 57,4 |
Benodigde kapitaallasten | 43,5 | 50,0 | 51,3 | 55,7 | 57,0 | 55,7 | 54,0 | 51,9 | 49,5 | 47,3 |
Verschil budget -/- benodigd | 0,0 | -4,2 | 2,0 | 0,0 | -1,0 | 0,5 | 2,5 | 5,0 | 7,6 | 10,2 |
Kapitaallasten investeringen in potlood | 0,0 | 0,5 | 1,9 | 4,3 | 4,9 | 5,0 | 5,1 | 5,0 | 4,9 | 4,8 |
(*): budget 2027 is verlaagd met 1,5 miljoen euro vanwege vrijval, budget 2030 is opgehoogd met 1,7 miljoen euro structureel. Dit is verwerkt in het financieel beeld
In 2028 wordt een tekort op het beschikbare budget verwacht. Dit is grotendeels veroorzaakt door de verwachte onderuitputting van 5,5 miljoen euro die in de Stadsbegroting 2026 is opgenomen. Vanwege mogelijke vertragingen in de realisatie en het feit dat we in 2029 een overschot op het budget verwachten, stellen we voor hierop geen bijstelling te doen.
In de laatste regel van de tabel is aangegeven wat de benodigde ruimte is voor de kapitaallasten van investeringen die nu nog in potlood staan. De tabel laat ook zien, dat er vanaf 2032 - zie verschil budget en benodigd - ruimte ontstaat. Dat betekent dat we het komende jaar voor de kapitaallasten van investeringen in potlood geen extra ruimte hebben. Bij de volgende Stadsbegroting maken we de balans op en zullen dan zo nodig aan uw raad een bijstelling op het beschikbare budget voor kapitaallasten voorstellen zodat investeringen die nu in potlood staan in voorbereiding en/of uitvoering kunnen worden genomen.
