Tot de kapitaalgoederen in de openbare ruimte rekenen we de wegen, de civiele kunstwerken (bruggen, tunnels en viaducten), de openbare verlichting, de verkeersregelinstallaties, de riolering, het water en het groen en spelen. Voor het onderhoud van deze kapitaalgoederen begroten we in Nijmegen bij de programma’s Openbare ruimte en Bereikbaarheid in totaal circa 44.5 miljoen euro per jaar. Naast het beheer en onderhoud die bestaat uit dagelijks onderhoud en groot onderhoud, kennen we technische vervanging en vernieuwingen. De budgetten voor het onderhoud in de openbare ruimte zijn gedeeltelijk exploitatiebudgetten en gedeeltelijk investeringen.
Nota kapitaalgoederen
In het voorjaar van 2025 is de Nota kapitaalgoederen 2025-2029 vastgesteld.
Conform het Besluit Begroting en Verantwoording moeten Gemeenten eens in de vier jaar een integrale nota over het onderhoud van de kapitaalgoederen opstellen en door de gemeenteraad laten vaststellen.
Het doel van deze nota is grip en sturing te bieden op de vervangingsbehoefte en investeringen van de kapitaalgoederen in de openbare ruimte. Een en ander op basis van de kwaliteit van de buitenruimte, de actuele onderhoudstoestand, aanwezige onderhoudsachterstanden en middelen die nodig zijn voor het onderhoud. De nota is daarmee ook de verantwoording naar bevoegd gezag.
De geraamde benodigde investeringen van de Nota Kapitaalgoederen zijn nog niet opgenomen in de begroting van 2026 en daarna. In aansluiting op de Nota is een Uitvoeringstrategie opgesteld. In de strategie zijn een aantal kernresultaten benoemd, zoals het opstellen van een integrale meerjarenplanning voor renovatieprojecten en de aanpassing van de financiële verordening. En in een later stadium, het opstellen van een omgevingsprogramma voor de openbare ruimte, standaardisatie van de beheersystematiek, financiële structuur en input begrotingsproces. Aanvullend op uitvoeringsstrategie is een methodiek opgesteld waarin de basis van de programmering is beschreven: datagedreven, optimaliseren en integraal. In 2026 zal een praktische uitwerking voor het programmeren van de renovatie van de openbare ruimte worden opgesteld. Dit moet leiden tot een 10-jarige programmering (MJOP 2027-2036). Het meerjaren onderhoudsprogramma maakt het mogelijk om projecten en ambities vanuit het Omgevingsplan zoals klimaatadaptatie, energietransitie, mobiliteit en overige grote opgaven in de wijken en in tijd nauw op elkaar af te stemmen.
Onderhoudsplannen
Onder de programma's Openbare ruimte en Bereikbaarheid zijn verwijzingen opgenomen naar actuele documenten over onderhoud openbare ruimte.
Beleidskader
Eind 2023 liep de duur van de beleidsnota ‘Geef ze de (openbare) ruimte' af. Deze beleidsnota bevatte de kaders waarin we een antwoord gaven op de maatschappelijke en economische ontwikkelingen: actief burgerschap, kostenbewustzijn, duurzaamheid en een terugtredende overheid. Deze onderwerpen zijn nog steeds actueel in onze werkwijze. Ter vervanging van de beleidsnota zal als uitwerking van het Omgevingsplan een omgevingsprogramma voor de openbare ruimte worden opgesteld. Naar verwachting zal deze in 2027 verschijnen.
Wijkgerichte aanpak
Om differentiatie mogelijk te maken, werken we vanuit de exploitatiebegroting met ‘wijkbudgetten’. Op die manier krijgen bewoners meer inspraak in het beheer en de inrichting van hun eigen woonomgeving.
Vernieuwingsopgave
Bij het bereiken van de maximale levensduur van de kapitaalgoederen kiezen we voor het vernieuwen van de openbare ruimte. Het moment van de vernieuwing komt tot stand op basis van risicogestuurd beheer waarbij we een afweging maken tussen kosten, mogelijke risico’s en gewenste prestaties. We zijn daarbij kostenbewust en houden rekening met de verschillende opgaven vanuit het Omgevingsplan en nader op te stellen omgevingsprogramma voor de openbare ruimte.
Grote opgaven fysieke domein
Voor de planning van de vernieuwingsopgave stellen we een 10-jarige planning op (MJOP 2027-2036). De planning vormt daarbij de basis voor het afstemmen van de opgaven van het Omgevingsplan zoals energietransitie, klimaatadaptatie, woningbouw, mobiliteitsopgaven en overige opgaven. En afstemmen van de planningen met externe stakeholders zoals nutsbedrijven en woningbouwcorporaties.
Financieel
De woningdichtheid van Nijmegen neemt toe in de komende jaren en hierdoor verandert ook de openbare ruimte. Dit leidt tot een toename van de beheerkosten. Voor iedere opgeleverde woning nemen we daarvoor een bedrag op in de begroting. In 2027 leidt de areaaluitbreiding tot een structurele stijging van het onderhoudsbudget met € 358.400.
Wegen en civiele kunstwerken
Beleidskader
Vanuit het lange termijn Assetmanagementplan (LTAP-2025) zijn de assets Riolering en Wegen en bekabeling van de openbare verlichting als “leading assets” aangewezen als belangrijkste beheeronderdeel bij de vervangingen in de openbare ruimte. Andere beheeronderdelen liften daarbij mee bij het vernieuwen van wegen.
Financieel
Het onderhoud van wegen en civiele kunstwerken begroten we in het programma Bereikbaarheid. In 2027 geven wij circa 5,6 miljoen euro aan wegonderhoud en 1,9 miljoen euro aan civiele kunstwerken uit. Daarnaast besteden we 1,4 miljoen euro aan verkeersregelinstallaties en -voorzieningen. In het UPOR (Uitvoeringsprogramma openbare ruimte) is opgenomen welke grote wegen we het komend jaar gaan aanpakken.
Openbare verlichting
Beleidskader
Ter vervanging van het verlopen beleid- en en beheerplan voor openbare verlichting (Zicht op licht) zal het beleidskader voor de openbare verlichting nader worden uitgewerkt in het omgevingsprogramma openbare ruimte. We gaan door met het verduurzamen van de verlichting en de structurele vervanging per gebied van het oude kabelnet, armaturen en bijbehorende masten. Net als bij het beheeronderdeel wegen is sprake van een aanzienlijke achterstand. Het huidige tempo waarbij we jaarlijks 8-10 kilometer kabelnet vervangen, is ontoereikend om de achterstand weg te nemen. Ook het vervangen van de masten en armaturen plaatsen, LED-verlichting, vraagt de nodige aandacht.
Voor het onderhoud van de openbare verlichting (OVL) heeft de gemeente Nijmegen in 2018 een tienjarig onderhoudscontract voor de OVL afgesloten met een marktpartij. Deze heeft daarmee de opdracht gekregen om voor een vast bedrag van in totaal 15 miljoen euro het OVL-areaal maximaal te verduurzamen, in een zo goed mogelijke conditie te brengen en tien jaar te onderhouden. Het onderhoud richt zich met name op (on)veiligheid, onderhoudbaarheid en functionaliteit van de installatie. Het contract voorziet in de basis niet in de vervangingsopgave. Vanwege rechtswege zal in 2027 zal een nieuwe aanbesteding plaats moeten voor het beheer van de openbare verlichting voor een wederom periode van 10 jaar.
Financieel
In 2027 geven we circa 4,8 miljoen euro uit aan openbare verlichting. We begroten structureel € 2 ton per jaar voor het oplossen van storingen in het ondergronds kabelnet.
Infrastructuur voor de gemeentelijke watertaken
Beleidskader
In 2026 is het Omgevingsprogramma Water en Riolering 2026-2029 (PWR) verschenen. Het betreft een omgevingsprogramma waarin op activiteitenniveau staat weergegeven hoe de gemeente Nijmegen invulling geeft aan de wettelijke watertaken voor de periode 2026-2029.
Met de komst van de Omgevingswet is een aantal besluitvormingsbevoegdheden gewijzigd. Voorheen was het vaststellen van een Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) de bevoegdheid van de raad. In een GRP werden naast de visie, doelen en ambities ook de concrete opgave beschreven en de benodigde middelen alsook een berekening van de rioolheffing. Met de komst van de Omgevingswet is dit veranderd. De verplichting tot het opstellen van een Gemeentelijk Rioleringsplan is komen te vervallen en daarvoor in de plaats is er een Omgevingsprogramma Water en Riolering (PWR) opgesteld. De visie, ambities en doelen van de wettelijke watertaken worden geborgd in de Omgevingsvisie, wat een bevoegdheid is van de raad om vast te stellen. Het PWR is een nadere uitwerking hiervan waarbij de focus ligt op de concrete opgave (dagelijks beheer en onderhoud en de toekomstige investeringen) en de middelen die hiervoor nodig zijn. Het PWR is een bevoegdheid van het college.
Financieel
De exploitatiebegroting voor de watertaken is onderdeel van het programma Openbare Ruimte. In 2027 besteden wij 16,4 miljoen euro aan aanleg, onderhoud, vernieuwing en planvorming van infrastructuur en voorzieningen voor de uitvoering van onze watertaken. De lasten worden gedekt uit de rioolheffing. Sinds 2015 bekostigen we ook de kosten voor rente en afschrijving voor de uitbreidingsinvesteringen in de Waalsprong uit de rioolheffing.
Groen
Beleidskader
'Het ‘Bomenplan Nijmegen’ (2021), de ‘Uitvoeringsagenda Bomen 2021 – 2025, het ‘Handboek Stadsbomen’ 2009 (deze alleen nog voor wat betreft criteria en voorschriften kapvergunning en hoofdboomstructuur), 'De Groene Draad, kansen voor het Nijmeegse groen' (2007), de 'Bosbeheervisie' (2000), de Natuur(monumenten)visie Rijk van Nijmegen 2020-2038 (Heumensoord) vormen ons uitgangspunt. Met deze plannen hebben we kaders voor de ruimtelijke ontwikkelingen en ecologische kwaliteit van groen, natuur en landschap. Daarmee ontwikkelen en bewaken we de groene elementen en de hoofdgroenstructuur van de stad. De klimaatverandering heeft een groot nadelig effect op het huidige bomenbestand. De lange droge periodes zorgen ervoor dat er veel bomen per jaar doodgaan die we moeten verwijderen en waarvoor we moeten herplanten. Dit is een aandachtspunt in de in ontwikkeling zijnde klimaatadaptatiestrategie. Het “groenbeleid” zal eveneens worden opgenomen in het nog op te stellen omgevingsprogramma van de openbare ruimte.
Voor de planning van de werkzaamheden hanteren we het groenstructuurplan. Daarin hebben we de werkzaamheden om de groenstructuur in stand te houden en waar mogelijk te versterken opgenomen.
Voor het groenstructuurplan zetten we in 2026 de reguliere budgetten in. Er is een beperkt budget beschikbaar voor vervangingsonderhoud.
Financieel
We zetten in 2027 de reguliere budgetten voor het onderhouden van de bomen in. We besteden circa 11,8 miljoen euro aan groenonderhoud. Er is een beperkt budget beschikbaar voor vervangingsonderhoud. We geven prioriteit aan nieuwe bomen met hoge kwaliteit in versteende wijken en gebieden in de bestaande stad. We zorgen voor een verbetering van de groeiplaatsen en benutten kansen om het ecologisch beheer verder te verbeteren.
Spelen
Om het spelen, bewegen en ontmoeten (overeenkomstig de Omgevingsvisie) te stimuleren, hebben we de ambitie om per wijk 1 of 2 groene, sociale knooppunten inrichten. Dit zijn plekken om te spelen, te bewegen en te ontmoeten voor mensen van 0 tot 100 jaar. Daarnaast hebben we buurtspeelplekken en groene ontmoetingsplekken waar spelen voor de allerjongsten mogelijk is. De belangrijkste uitgangspunten hierbij zijn:
- Een groen sociaal knooppunt maakt Samenspelen mogelijk: 100 % welkom, 70% toegankelijk, 50% bespeelbaar.
- Natuurlijk spelen: dit betekent meer (speel-)groen en minder toestellen. Bij nieuwe plekken of bij herinrichting onderzoeken we of de locatie als een meer natuurlijke (speel)plek kan worden ingericht.
- We integreren spelen en ontmoeten in de openbare ruimte. De uitdaging is om op een slimme manier gebruik te maken van de openbare ruimte waarin kinderen worden gestimuleerd om samen te spelen en waarin ouderen elkaar kunnen ontmoeten.
- We betrekken bewoners waaronder met name kinderen bij de in te richten speelplekken.
Net als bij de beheeronderdelen wegen en openbare verlichting is bij spelen sprake van een aanzienlijke vervangingsopgave en daarmee investeringsbehoefte. De aanleg van nieuwe groene sociale knooppunten en vervanging van de huidige speelvoorzieningen is daarmee sterk afhankelijk van de beschikbare investeringsruimte in de komende jaren.
Per 1 januari 2027 treedt in Nederland het nieuwe Warenwetbesluit Attractie- en Speeltoestellen (WAAS) in werking. Deze wet vervangt het oude WAS en breidt de regels uit naar andersoortige speelgelegenheden zoals klimparken en kartbanen e.d. Naast nieuwe categorieën, worden striktere eisen gesteld en de keuring en inspecties van speeltoestellen. De wet moet daarnaast zorgen voor een eenduidige normering en kwaliteitsborging van inspecteurs voor alle publieke speelgelegenheden.
Financieel
In overleg met bewoners maken we de speelplekken groener om natuurlijk te spelen. Bij de herinrichting houden we zoveel mogelijk rekening met kinderen met een beperking. We streven er ook naar dat de speelplekken goede ontmoetingsplekken zijn voor oudere bewoners zodat jong en oud elkaar kunnen ontmoeten. Voor het onderhoud aan recreatieve sportvoorzieningen, speeltuinen en speelplekken is in totaal 1,5 miljoen euro beschikbaar.
