11.1 Verstrekken uitkeringen en toeslagen
Budget
Doel | Project | Budget x € 1.000 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 |
|---|---|---|---|---|---|---|
D1101 | Bijzondere bijstand | Programma | 13.149 | 13.101 | 11.801 | 11.301 |
D1101 | Bijzondere bijstand | Uitvoering | 8.462 | 8.423 | 8.438 | 8.438 |
D1101 | Participatiewet | Programma | 2.472 | 2.429 | 2.431 | 2.434 |
D1101 | Participatiewet | Uitvoering | 7.716 | 7.716 | 7.716 | 7.588 |
Totaal D1101 | 31.770 | 31.639 | 30.355 | 29.728 |
Wettelijk | Beleidsvrijheid | Budget beïnvloedbaar | |||
|---|---|---|---|---|---|
Ja (1.1) | 1-3 | ||||
Ja (1.2) | 1-3 | € pm | |||
Nee (2.1) | 1-3 | € 3.585 | |||
Nee structureel (2.2) | 1-3 | € 950 | |||
Nee a-structureel (2.2) | 1-3 | € 2.300 | |||
Uitvoering | € 7.588 | ||||
(1.1) Bijstandsverlening, Studietoeslag en onderdelen van de (1.2) bijzondere bijstand zijn wettelijke taken.
Het betreft hier met name de begrote middelen voor bijstandsverlening (BUIG) en studietoeslag. Beiden zijn wettelijke regelingen. De bijstandsuitkeringen (BUIG) zijn moeilijk beïnvloedbaar. Ook de uitgaven voor studietoeslag zijn nauwelijks beïnvloedbaar; het betreft hier een openeinderegeling, waarbij een student met een medische beperking een maandelijkse toeslag ontvangt als hij/zij aan de voorwaarden voldoet.
De Rijksontvangsten BUIG zijn voor de gemeente nagenoeg niet beïnvloedbaar (m.u.v. het onderdeel loonkostensubsidie). Voor Nijmegen geldt dat het budget gebaseerd is op het objectieve verdeelmodel. Dit model verdeeld het macrobudget BUIG grotendeels op basis van objectieve maatstaven.
Op beide onderdelen van de Participatiewet (BUIG en studietoeslag) verwachten we nadelige resultaten. Voor BUIG is Nijmegen een zogeheten 'nadeelgemeente'; dit betekent dat het Rijksbudget BUIG veelal onvoldoende blijkt te zijn om de uitgaven BUIG te kunnen dekken. Op de regeling studietoeslag zien we sinds de stelselwijziging medio 2022 een stijgende lijn van aanvragen en toekenningen. De (verwachte) tekorten op deze regeling nemen jaarlijks toe. Een bezuiniging op beide regelingen (bijstandsverleningen en studietoeslag) is gezien het wettelijke karakter en de verwachte meerjarige tekorten niet verstandig.
(1.2) Binnen bijzondere bijstand is een aantal regelingen wettelijk en een aantal niet-wettelijk. Wettelijke regelingen zijn niet of beperkt beïnvloedbaar, zoals de Individuele inkomenstoeslag (IIT) en beheer- en bewindvoeringskosten.
(2.1) Subsidies en de bovenwettelijke onderdelen van de bijzondere bijstand zijn wel beïnvloedbaar.
In Nijmegen kennen we ook een aantal niet-wettelijke regelingen, zoals bijzondere bijstand voor medische kosten en inrichting en wonen. De niet-wettelijke regelingen binnen de bijzondere bijstand zijn beïnvloedbaar, maar een individuele beoordeling is wel wettelijk verplicht.
Subsidies die we verstrekken zijn niet-wettelijk en beïnvloedbaar.
(2.2) Coalitieakkoord 2026-2030:
Met het coalitieakkoord zijn er extra middelen toegevoegd aan het programma. Deze middelen zijn beïnvloedbaar. Het gaat om de volgende onderdelen:
- Bijverdienbonus (500.000 euro structureel)
- Nijmeegs Maatschappelijk Meedoen Budget (NMMB) (1,8 miljoen euro in 2027, aflopend naar 0,5 miljoen euro structureel)
- Visie Financiële bestaanszekerheid (jaarlijks 500.000 euro in de periode 2027 tot en met 2030)
- Tegengaan energiearmoede (jaarlijks 500.000 in 2027 en 2028)
Kwaliteitsniveau en benchmark
Nijmegen voert de wettelijke taken uit de Participatiewet uit, en kiest binnen de bijzondere bijstand voor bovenwettelijke regelingen, naast wettelijke regelingen. Gemeenten richten hun bijzondere bijstand verschillend in, afhankelijk van lokale keuzes en de inrichting van het overige armoedebeleid. Gemeenten die bijvoorbeeld geen gemeentepolis hebben, bieden meer mogelijkheden voor bijzondere bijstand voor medische kosten.
Daarnaast lopen we vooruit op een aantal wijzigingen die terugkomen in de Participatiewet in Balans, zoals een meer integrale en mensgerichte dienstverlening en het ondersteunen van jongeren in een kwetsbare positie. Uit de benchmark Werk & Inkomen blijkt dat Nijmegen qua aantal bijstandsgerechtigden niet bijzonder afwijkt van de vergelijkingsgroepen. Wel is in 2024 een grotere stijging van de bijstandspopulatie te zien.
Knoppen
- Snijden in bovenwettelijke bijzondere bijstand (3.496K)
Het is mogelijk om te snijden in de regelingen voor medische kosten en inrichting en wonen. Inwoners kunnen dan minder makkelijk ondersteuning krijgen voor medische kosten en inrichting en wonen. Dit heeft ermee te maken dat een individuele beoordeling wettelijk verplicht is. Dit betekent dat inwoners altijd een aanvraag voor individuele bijzondere bijstand mogen aanvragen, ook wanneer de gemeente hier geen specifieke regeling voor kent. Wanneer de kosten noodzakelijk zijn en voortvloeien uit bijzondere omstandigheden waarin men niet zelf kan voorzien, moet de gemeente alsnog individuele bijzondere bijstand verstrekken. Dit vraagt een maatwerkbeoordeling en zal voor de gemeente betekenen dat er meer uitvoeringscapaciteit nodig is.
- Individuele inkomenstoeslag (PM)
De individuele inkomenstoeslag is een jaarlijkse toeslag voor huishoudens die langdurig een laag inkomen (onder de 110% van het sociaal minimum) hebben. Dit is een wettelijke regeling, maar met beleidsvrijheid voor gemeenten. Het is mogelijk om het bedrag per huishouden te verlagen of de inkomensgrens te verlagen, zodat minder mensen in aanmerking komen voor de individuele inkomenstoeslag. Het gevolg hiervan is dat de bestaanszekerheid van onze meest kwetsbare inwoners wordt aangetast. Het risico voor de gemeente is dat deze inwoners vaker een beroep doen op de bijzondere bijstand.
- Stoppen met subsidies
We verstrekken subsidies aan organisaties die inwoners helpen op termijn te kunnen participeren in de samenleving. Stoppen met deze subsidies leidt tot hogere maatschappelijke kosten.
Bovenstaande uitwerking behoeft een concretiseringsslag waarvoor een zoekrichting vanuit het college benodigd is. Aan de hand van deze concretiseringsslag kunnen onderstaande 'knoppen' nader uitgewerkt worden.
- Budget voor de uitvoering is opgenomen in categorie 'beperkt beïnvloedbaar > vanaf het vierde jaar' (€ 7.588K).
- Vanuit het coalitieakkoord 2026-2030 zijn er middelen aan het programma toegevoegd voor:
- Bijverdienbonus: Het gaat om een jaarlijks bedrag van € 500.000 structureel vanaf 2027.
- NMMB: a-structureel voor 2027 en 2028 € 300.000 per jaar en structureel vanaf 2027 € 1.450.000.
- Visie Financiële bestaanszekerheid: van 2027 t/m 2030 a-structureel € 500.000 per jaar.
- Tegengaan energiearmoede: voor 2027 en 2028 a-structureel € 500.000 per jaar.
Er kan een heroverweging gemaakt worden op deze middelen en ingezet worden voor eventuele ombuigingsdoeleinden. Er is een onderscheid gemaakt tussen structurele middelen (€ 1.95K) en a-structurele middelen (€ 1.300K). De bedragen zijn opgenomen in categorie 'beïnvloedbaar > op korte termijn haalbaar (binnen een jaar)'.
- Indien wordt gekozen om het beschikbare budget voor subsidies in te zetten voor 'ombuigingsdoeleinden', dan zal dit tijdig gecommuniceerd moeten worden met de gesubsidieerde organisaties. Het inzetten van subsidiebudget voor ombuigingsdoeleinden is opgenomen in de categorie 'enigszins beïnvloedbaar > tussen één en drie jaar' (€ 156K).
