10.1 Meer perspectief op maatschappelijke participatie en/of duurzaam, betaald werk
Budget
Doel | Project | Budget x € 1.000 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 |
|---|---|---|---|---|---|---|
D1001 | Arbeidsmatige dagbesteding | Programma | 2.210 | 2.210 | 2.210 | 2.210 |
D1001 | Arbeidsmatige dagbesteding | Uitvoering | - | - | - | - |
D1001 | Loonkostensubsidies (LKS) | Programma | 5.959 | 5.959 | 5.959 | 5.959 |
D1001 | Nieuw beschut | Programma | 3.680 | 2.512 | 1.769 | 1.606 |
D1001 | Participatie | Programma | 17.961 | 18.734 | 18.734 | 18.739 |
D1001 | Participatie | Uitvoering | 1.366 | 1.366 | 1.366 | 1.303 |
D1001 | Sociale werkvoorziening (WSW) | Programma | 20.598 | 19.430 | 18.203 | 16.684 |
Totaal D1001 | 51.744 | 50.211 | 48.242 | 46.740 |
Wettelijk | Beleidsvrijheid | Budget beïnvloedbaar | |||
|---|---|---|---|---|---|
Ja (1.1 en 1.2) | 1-4 | pm | pm | pm | |
Deels (2.1 en 2.2) | 1-4 | € 218 | |||
Nee (3.1) | 1-4 | € 250 | |||
Uitvoering | 1-4 | € 1.303 | |||
1.1 De Wet sociale werkvoorziening (Wsw) is een wettelijke taak.
Alle geplaatste SW-medewerkers zijn in dienst van de MGR/WerkBedrijf. De (regionale) kosten van de SW moeten door de (regio)gemeenten gedekt worden. Dit doen gemeenten onder andere vanuit de Rijksbijdrage die ze hiervoor ontvangen. Tot 2023 was de Rijksbijdrage echter onvoldoende om de kosten SW te dekken en was een aanvullende gemeentelijke bijdrage noodzakelijk. De WSW is een sterfhuisconstructie; vanaf 2015 is er géén nieuwe instroom van werknemers mogelijk en is er sprake van uitstroom door natuurlijk verloop (pensionering, overlijden, langdurige ziekte/arbeidsongeschiktheid etc.). We zien daarom in de tijd de begrote lasten van de SW in zowel de begroting van de MGR als de gemeentelijke begroting aflopen. Er zijn veel kostprijsbepalende factoren die jaarlijks door de MGR herijkt worden. De benodigde afdracht aan de MGR fluctueert, hierdoor kan er ruimte in de gemeentelijke begroting ontstaan. Dit komt enerzijds door wijzigingen in de kostprijs (arbeidsvoorwaarden, loon- en begeleidingskosten), en anderzijds door een daling van het aantal SW-medewerkers als gevolg van natuurlijk verloop. We blijven de WSW financieel (periodiek) monitoren (n.a.v. Rijkscirculaires, meerjaren- begroting en tussenrapportages MGR).
1.2 Beschut Werk is tevens een wettelijke taak en is onderdeel van de Participatiewet.
Mensen met een arbeidsbeperking en in bezit van een door het UWV afgegeven indicatie ‘beschut werk’, moeten begeleid worden naar een beschutte werkplek. Uitvoering van deze wettelijke taak is gemandateerd aan WerkBedrijf. Vanaf 2027 wordt –met een ingroeipad van 3 jaar- de financieringssystematiek gewijzigd. Regio Nijmegen ontvangt hierdoor minder Rijksmiddelen voor beschut werk. De Rijksmiddelen kunnen weer toenemen als er meer beschut werkplekken worden gerealiseerd.
2.1 Arbeidsmatige dagbesteding, loonkostensubsidie zijn géén wettelijke taken.
De instrumenten arbeidsmatige dagbesteding en loonkostensubsidie worden ingezet met als doel om mensen vanuit de bijstand (als opstap) naar regulier werk te helpen. Hoe meer mensen we uit laten stromen naar betaald werk, hoe lager de uitkeringslasten worden. Het is dus onverstandig om arbeidsmatige dagbesteding en loonkostensubsidie voor te dragen als mogelijke ombuigingsmaatregelen. Bovendien ontvangen we budget van het Rijk voor iedere gerealiseerde baan met loonkostensubsidie, dus dit instrument afbouwen is ook om die reden niet zinvol.
2.2 De re-integratietaak is binnen de Participatiewet een wettelijke taak, maar een gemeente mag eigen beleid hierop maken en de hoogte van de inzet van financiële middelen bepalen.
Participatie wordt als re-integratie-instrument ingezet om bijstandsgerechtigden naar regulier werk te (be)geleiden. Dit wordt voor de gemeenten in Rijk van Nijmegen uitgevoerd door WerkBedrijf. Tot 2023 ontvingen gemeenten budget van het Rijk in de vorm van een integratie-uitkering (IU Participatie > klassiek re-integratiebudget). Vanaf 2023 maakt de financiering door het Rijk echter onderdeel uit van de algemene uitkering (cluster Participatie). Door middel van de rekentool van bureau Berenschot is het mogelijk het Participatiebudget uit de algemene uitkering te bepalen. De zeven regiogemeenten en de MGR hebben de financiële afspraak om met toepassing van deze rekentool periodiek (o.b.v. de Rijkscirculaires) het af te dragen budget te bepalen. Om fluctuaties op te kunnen vangen is het wenselijk om voldoende budget in het programma te hebben en te houden om aan deze afdracht te kunnen blijven voldoen.
Het volledige participatiebudget inzetten als ombuigingsmaatregel is niet zinvol. Dit budget is voor het WerkBedrijf noodzakelijk om bijstandsgerechtigden te laten uitstromen naar (regulier) werk (uitstroomdoelstelling). Indien hierop wordt bezuinigd, zullen de bijstandsaantallen oplopen en komt er een nog grotere financiële druk (knelpunt) op de uitkeringslasten (BUIG).
3.1 Coalitieakkoord 2026-2030 Groeien door doen
Uit het coalitie akkoord: "Methodes zoals het succesvolle ‘groeien door doen’, zien we graag op meer plekken in de stad toegepast." Hiervoor wordt in de periode 2027 tot en met 2030 jaarlijks 250.000 euro beschikbaar gesteld. Deze middelen zijn beïnvloedbaar (categorie geel).
Kwaliteitsniveau en benchmark
Nijmegen voert de taken uit de Participatiewet uit en richt zich daarbinnen op duurzame uitstroom en/of participatie. We maken daarin geen fundamenteel andere keuzes dan andere grote steden. Wel zijn er lokale accenten aan te wijzen, bijvoorbeeld in subsidieverlening aan organisaties die zich inzetten om participatie te bevorderen van doelgroepen die niet van de reguliere dienstverlening gebruik kunnen maken. Ook zetten we participatiecoaches in voor inwoners die (nog) niet aan het werk kunnen. We willen immers dat iedereen mee kan doen.
Knoppen
Bovenstaande uitwerking behoeft een concretiseringsslag waarvoor een zoekrichting vanuit het college benodigd is. Aan de hand van deze concretiseringsslag kunnen onderstaande 'knoppen' nader uitgewerkt worden.
- Indien wordt gekozen om het beschikbare budget voor subsidies in te zetten voor 'ombuigingsdoeleinden', dan zal dit tijdig gecommuniceerd moeten worden met de gesubsidieerde organisaties. Het inzetten van subsidiebudget voor ombuigingsdoeleinden is opgenomen in de categorie 'enigszins beïnvloedbaar > tussen één en drie jaar' (€ 218 K). We verstrekken subsidies aan organisaties die inwoners helpen op termijn te kunnen participeren in de samenleving. Stoppen met deze subsidies leidt tot hogere maatschappelijke kosten.
- Budget voor de uitvoering is opgenomen in categorie 'beperkt beïnvloedbaar > vanaf het vierde jaar' (€ 1.303 K).
- Vanuit het coalitieakkoord 2026-2030 zijn er middelen aan het programma toegevoegd voor 'groeien door doen'. Het gaat om een jaarlijks bedrag van € 250.000 vanaf 2027. Hier kan een heroverweging op gemaakt worden en ingezet worden voor eventuele ombuigingsdoeleinden. Het bedrag van € 250.000 is opgenomen in categorie 'beïnvloedbaar > op korte termijn haalbaar (binnen een jaar)'.
- Ruimte op de budgetten WSW en Participatie kent een ongewis en grillig verloop. De hoogte van de ruimte in het budget is afhankelijk van veel factoren (zoals in de toelichting aangegeven) en wijzigt periodiek met onder andere de publicatie van de rijkscirculaires en met de vaststelling van de jaarlijkse meerjarenbegroting van de MGR. We volgen de budgettaire ruimte nauwgezet en nemen dit mee in de reguliere P&C-cyclus.
Daarnaast is het advies om budgettaire ruimte én knelpunten in het programma in samenhang te nemen en te bekijken. Afgelopen jaren is ruimte in het WSW- en Participatiebudget ingezet voor de verschillende ombuigingsopgaven. Ook met het huidige coalitieakkoord 2026-2030 is budgettaire ruimte op de WSW afgeraamd.
De budgettaire ruimte op WSW en Participatie is in het overzicht opgenomen als een pm-post.
